Polystyreen (EPS) isolatieplaten voor gebruik in Capatect gevelisolatiesystemen.
Eigenschappen
-
Toepassing conform WAP volgens DIN 4108-10
-
Kwaliteitscontrole conform DIN EN 13163
-
Voldoet aan de kwaliteitseisen van Industrieverband Hartschaum e.V. (IVH) en Verband für Isolationssysteme, Putz und Mörtel e.V. (VDPM)
-
Bevat geen HBCD, FCKW of HFCKW
-
Vormvast en te schuren
EPS-specificaties volgens DIN EN 13163:
Kleur
Opslag
-
Droog en beschermd tegen vocht, weersinvloeden, UV-licht en zonlicht
-
Niet onafgedekt buiten laten staan
Thermische eigenschappen
Mechanische eigenschappen
-
Stortgewicht: ρ ≤ 20 kg/m³ (DIN EN 1602)
-
Brandreactie: Klasse E (DIN EN 13501-1)
-
Bouwstoffenklasse: B1 (DIN 4102-1)
-
Treksterkte loodrecht op het plaatvlak: δmt ≥ 100 kPa (DIN EN 1607)
Verwerking
Geschikte ondergronden
Geschikt voor minerale ondergronden, draagkrachtige bestaande pleisterlagen, diverse soorten plaatmateriaal en goed hechtende verflagen. Toepassing volgens de geldende richtlijnen voor gevelisolatiesystemen.
Ondergrond
De ondergrond moet:
-
draagkrachtig, vlak en vast zijn
-
scheurvrij, schoon en droog zijn
-
vrij zijn van stoffen die de hechting verminderen
Daarnaast moet de ondergrond voldoende sterk zijn om mechanisch te kunnen verankeren met pluggen. Het is altijd aan te raden vooraf een proefvlak aan te brengen om onder andere de hechting van de lijm te controleren.
Voor specifieke voorbehandelingen raadpleeg technisch informatieblad nr. 650 “Ondergronden en voorbehandelingen”.
Voorbereiding van de ondergrond
-
Vensterbanken en overige bouwdelen (zoals glas, keramiek, metselwerk, natuursteen en geschilderde of geëloxeerde oppervlakken) zorgvuldig afdekken.
-
Verontreinigingen, ontkistingsmiddelen, mortelresten en andere hechtingsverminderende stoffen grondig verwijderen.
-
Slecht hechtende en bladderende verflagen en (sier)pleister volledig verwijderen.
-
Losse delen verwijderen, holtes openmaken en repareren.
-
Sterk zuigende of zanderige ondergronden reinigen tot op de vaste ondergrond en voorstrijken met een geschikt voorstrijkmiddel.
Verbruik
Verwerkingsomstandigheden
-
Verwerkingstemperatuur: +5 °C tot +30 °C
-
Niet verwerken bij directe zoninstraling, sterke wind, mist, hoge luchtvochtigheid, regen of kans op nachtvorst.
-
Bij ongunstige weersomstandigheden passende beschermende maatregelen treffen tijdens verwerking en uitharding.
Montage
-
Handmatige en mechanische verwerking mogelijk
-
Stoot- en lintvoegen vrijhouden van lijm
-
Voegen ≤ 5 mm opvullen met geschikt brandvertragend voegschuim
-
Voegen en holtes > 5 mm afdichten met gelijkwaardig isolatiemateriaal
-
Isolatieplaten verspringend (min. 10 cm) en strak aansluitend aanbrengen
-
Niveauverschillen tussen platen voorkomen
-
Oneffenheden gladschuren en schuurstof verwijderen
-
Hoeken verspringend uitvoeren
-
Platen recht, uitgelijnd en loodrecht plaatsen
-
Beschadigde isolatieplaten niet toepassen
Lijmmethoden
Punt-/worstmethode
Lijm aanbrengen langs de randen van de isolatieplaat en dotten in het midden.
Lijmen over het volledige oppervlak
Bij gladde ondergronden:
-
Ondergrond volledig voorzien van lijm
-
Direct daarna doorkammen met vertande spaan
-
Isolatieplaat schuivend aanbrengen en stevig aandrukken
Verlijmen met lijmschuim (Capatect EcoFix)
-
Lijmschuim aanbrengen langs de randen in een gesloten worst
-
In het midden aanbrengen in M- of W-vorm
-
Afwerking sierpleister: ≥ 40% lijmcontact
Machinaal verlijmen – deelvlakmethode
-
Lijm machinaal aanbrengen in verticale rillen
-
Rillen ca. 5 cm breed en minimaal 10 mm dik
-
Hart-op-hart afstand max. 10 cm
-
Isolatieplaten direct aanbrengen en aandrukken
-
Afwerking sierpleister of tegelwerk: ≥ 60% lijmcontact
Machinaal verlijmen – volledig oppervlak
-
Lijm machinaal aanbrengen (max. 10 mm)
-
Direct doorkammen met vertande spaan (vertanding afhankelijk van ondergrond)
-
Isolatieplaat direct plaatsen en aandrukken
Verlijmen van twee lagen isolatie
-
Mogelijk tot een totale isolatiedikte van 400 mm
-
Minimale plaatdikte per laag: 60 mm
-
Beide lagen van hetzelfde EPS-type
-
Plaatvoegen verspringend aanbrengen
-
Minerale systeemlijm toepassen
-
Afwerking sierpleister: ≥ 40% lijmcontact
Mechanische verankering
Isolatieplaten altijd verlijmen én pluggen.
Pluggen zijn verplicht bij:
Uitsluitend verlijmen is alleen toegestaan bij een hechttreksterkte > 0,08 N/mm².
Het aantal pluggen is afhankelijk van de ondergrond. Pluggen pas aanbrengen na voldoende droging van de lijmlaag.
Pluggen gelijk met het oppervlak
-
Capatect schotelplug Ø 60 mm
of
-
Capatect Tellerdübel + Dübelscheibe 153 Ø 90 mm
-
Plaatsing: in plaatoppervlak of plaatvoeg
-
Isolatiedikte: 40 – 400 mm
Verzonken pluggen
-
Capatect Universaldübel 053 met Capatect Rondelle
-
Plaatsing: in plaatoppervlak of plaatoppervlak + voeg
-
Isolatiedikte: 80 – 400 mm
-
Gebruik het voorgeschreven gereedschap
Plugafstand
Pluggen door wapeningsweefsel
-
Verankeren door de natte wapeningspleister
-
Direct nat-in-nat overpleisteren
-
Uitvoering volgens DIN 55699
-
Isolatiedikte: 40 – 400 mm
Tweede isolatielaag
Bij tweelaagse isolatie (polystyreen):