• (+31) 544 - 234070
  • Koningslinde 1, Lichtenvoorde
  • info@gevelcoating.nl

Capatect Vulschuim B1

Capatect Vulschuim B1

Toepassing

Capatect Füllschaum B1 is ideaal voor:

  • Isolerende afdichting van voegen en naden tot een maximale breedte van 5 mm tussen Capatect isolatieplaten

  • Opvullen van holle ruimten en andere voegen

Eigenschappen

  • Voorkomt warmtebruggen

  • Vochtuithardend

  • Geluidisolerend

  • Exact te doseren

  • Hecht uitstekend op polystyreen, hard-PVC en vergelijkbare materialen

  • Korte uithardingstijd, snelle verwerking

  • Spuitbus na eerste gebruik nog geruime tijd te gebruiken

Verpakking

  • Kartonnen doos met 12 spuitbussen à 750 ml

  • Inhoud spuitbus: ca. 45 liter (uitgeschoven schuim)

Kleur

  • Lichtgrijs

Opslag

  • Droog, koel en rechtop bewaren

  • Beschermen tegen zon en temperaturen boven 50 °C

  • Houdbaarheid: ca. 12 maanden (maximale gebruiksdatum staat op de onderzijde van de spuitbus)

Technische eigenschappen

Eigenschap Waarde
Drijfgas Bevat geen FCKW
Opschuimpercentage ca. 30–40%
Wateropname ca. 0,3 vol. %
Warmtegeleiding ca. 0,035 W/(mK)
Temperatuurbestendigheid -40 °C tot 90 °C, kortstondig tot 130 °C
Stortgewicht na uitharding 20–25 kg/m³
Brandreactie Moeilijk brandbaar, B1 (DIN 4102), bouwtechnisch rapport P-NDS04-245
Consistentie In spuitbus: vloeibaar
Na aanbrengen: kleverig tot hard

Aanvullende producten

  • Capatect Reiniger voor Füllschaum B1 056/10

    • Speciaal reinigingsmiddel op basis van aceton

    • Verpakking: doos met 12 busjes à 500 ml

  • Capatect Dosierpistool voor Füllschaum B1 056/20

    • 1 per doos

Raadpleeg altijd de meegeleverde verwerkingsvoorschriften voor een correcte toepassing.

Verwerking

Geschikte ondergronden

Alle randen van de te vullen voegen moeten vormvast, vrij van olie en vet en draagkrachtig zijn. Bij het volspuiten van holle ruimten bij vensterbanken eerst het overstek controleren.

Ruimten tussen de isolatieplaten mogen maximaal 5,0 mm breed zijn.

Voorbereiding van de ondergrond

Alle hechtvlakken vooraf met een weinig schuim voorbewerken.

Verbruik

Het verbruik is afhankelijk van de voegbreedte.

De inhoud van de spuitbus van 750 ml geeft ca. 40 dm3 schuim.
Temperatuur, vochtigheid en de te vullen ruimten (druk) beïnvloeden de dichtheid en het eindresultaat.

Verwerkingsomstandigheden

Tijdens verwerking en uitharding mag de omgevings- en ondergrondtemperatuur niet beneden
de 5 °C  en boven de 35 °C komen. De optimale spuitbustemperatuur is 20 °C.
Spuitbussen niet in de volle zon bewaren.

Droogtijd

Afhankelijk van de vochtigheidsgraad, temperatuur en schuimdikte:

  • na ca. 10 min. kleefvrij
  • na ca. 45 min. te snijden
  • na ca. 24 uur kan verder worden gewerkt

Reinigen gereedschap

Als het schuim zonder druk in het doseerpistool blijft staan, dan hard deze daar uit en wordt het pistool onbruikbaar. Goed reinigen is daarom uiterst belangrijk. Verwisselen van spuitbus moet snel plaatsvinden.

Na beëindigen van werkzaamheden direct de reinigingsspuitbus (aanvullend product) aansluiten en doorspoelen tot er geen schuim meer vrij komt.

Na ca. 15 minuten nogmaals doorspuiten en daarna reinigingsspuitbuis verwijderen.

Met een doek resten op de adapter verwijderen en met vaselinespray inspuiten om vastzitten van de diverse onderdelen te voorkomen.

Verwerking

De spuitbus ca. 20x krachtig schudden en vervolgens volgens voorschrift ondersteboven op het doseerpistool schroeven.

Het doseerpistool altijd zo houden dat de spuitbus boven en de doseerhendel onder is. Door aan de hendel te trekken komt schuim vrij. De hoeveelheid is met een doseerschroef te regelen. Een weinig schuim in een vloeiende voortgaande beweging in de voeg spuiten.

Open voegen tussen isolatieplaten 30 tot 40 % vullen met schuim, het schuim expandeert daarna 2 tot 3x van het volume. Na uitharden moet de voeg geheel gevuld zijn. Bij grote, op te vullen ruimten (bijv. onder vensterbanken) het schuim in meerdere lagen aanbrengen.

Overtollig schuim na volledig uitharden met een scherp mes verwijderen en glad schuren, zodanig dat een glad oppervlak ontstaat.

Werkonderbreking is mogelijk mits de spuitbus met het doseerpistool verbonden blijft. Wordt een lege spuitbus niet direct gewisseld, dan moet eerst de het doseerpistool worden schoongemaakt. Voor het wisselen van een spuitbus moet deze goed leeg zijn. Zo nodig resthoeveelheid in een vuilniszak spuiten.