Capatect PF- Isolatieplaat 122 Fenolschuim Gevelisolatie met Hoge Isolatiewaarde
Levertijd: Op aanvraag 5-8 werkdagen
De Capatect PF-isolatieplaat 122 is een hoogwaardige gevelisolatieplaat van fenolschuim (PF) voor gelijmde en geplugde Capatect gevelisolatiesystemen. Dankzij de zeer lage warmtegeleidingswaarde is deze isolatieplaat bijzonder geschikt voor situaties waar ruimtebesparing essentieel is, zoals bij erkers, inpandige balkons, dakkapellen en neggen.
De platen zijn aan beide zijden gelamineerd met glasvlies, diffusie-open en bieden uitstekende prestaties op het gebied van isolatie en brandveiligheid.
Toepassing
- Gevelisolatieplaten voor Capatect gevelisolatiesystemen
- Altijd bevestigen door middel van lijm én pluggen
- Ideaal bij beperkte ruimte, zoals:
- Erkers
- Inpandige balkons
- Dakkapellen
- Neggen en aansluitdetails
Belangrijkste eigenschappen
- Zeer hoge isolerende werking (λD = 0,021 W/m·K)
- Gemaakt van fenolhars-hardschuim (PF)
- Aan beide zijden gelamineerd met glasvlies
- Diffusie-open
- Druipt niet bij brand
- Vrij van HBCD, FCKW en HFCKW
- Vormvast en maatvast
Thermische en bouwfysische eigenschappen
- Warmtegeleiding (λB)
0,022 W/(m·K) – DIN 4108-4
- Warmtegeleiding (λD)
0,021 W/(m·K) – DIN EN 12667 / DIN EN 12939
- Waterdampdoorlaatbaarheid (µ)
20 / 100 – DIN EN 12086
- Wateropname
≤ 1,0 kg/m² – DIN EN 1609
- Stortgewicht
ca. 35 kg/m³ – EN 1602
- Treksterkte loodrecht op het plaatvlak
≥ 60 kPa – DIN EN 1607
- Diktetolerantie
± 2 mm – DIN EN 823
Brandveiligheid
- Brandreactie: Klasse C-s2, d0 volgens DIN EN 13501-1
- Druipt niet bij brand
Kleur
- Roze isolatiekern, aan beide zijden voorzien van wit glasvlies
Opslag
- Droog opslaan en beschermen tegen vocht
- Niet direct op de grond opslaan
- Verpakking op de bouwplaats afdekken met folie
- Beschermen tegen direct zonlicht en UV-straling
Door opslag kan de kleur van de isolatieplaat veranderen; dit heeft geen invloed op de technische eigenschappen.
Afmetingen & uitvoeringen
- Afmeting plaat: 1200 × 400 mm
- Diktekant: stomp
- Plaatdikte: 20 – 200 mm
- Dikten ≥ 160 mm: 2 platen af fabriek verlijmd
- Neggekanten: 20 – 30 mm
- Gevelisolatie: 40 – 200 mm
- Productnummer: 122
Verwerking
Ondergrond
Minerale ondergronden (als nieuw), vast oud pleisterwerk, goed hechtende oude verflagen en andere draagkrachtige, egale ondergronden conform de voorschriften voor het aanbrengen van gevelisolatiesystemen.
Voorbereiding van de ondergrond
De ondergrond moet draagkrachtig, schoon, droog en vrij van stoffen die de hechting kunnen verminderen. Verontreinigingen (bijv. ontkistingsolie), mortelresten, slecht hechtende en bladderende verflagen en sierpleisters verwijderen. Losse delen verwijderen en holtes openhakken en repareren. Sterk zuigende en zandende ondergronden tot op de vaste ondergrond verwijderen en voorstrijken. De verdraagzaamheid van bestaande verflaag met de lijmmortel zorgvuldig controleren.
Verbruik
1,0 m2/m2
Verwerkingsomstandigheden
Tijdens verwerken en drogen mag de temperatuur niet lager zijn dan 5 °C en niet hoger dan 30 °C.
Bij ongunstige weersomstandigheden de nodige beschermende maatregelen treffen tijdens de
verwerking. De isolatieplaten tegen direct zonlicht beschermen.
Verwerking
– isolatieplaten verspringend (min. 10 cm) en goed aangesloten aanbrengen
– stoot- en lintvoegen moeten vrij blijven van lijm
– voegen ≤ 5 mm opvullen met geschikt brandvertragend voegschuim
– voegen en holtes > 5 mm afdichten met een gelijkwaardige isolatiemateriaal
– niveauverschillen tussen de platen onderling mogen niet voorkomen
– isolatieplaten verspringend op de hoeken van gebouwen aanbrengen
– zorg ervoor dat de isolatieplaten uitgelijnd en loodrecht worden aangebracht
– beschadigde isolatieplaten mogen niet verwerkt worden
Op maat maken van de isolatieplaat:
De isolatieplaat kan uitsluitend met een zaag of mes op maat gemaakt worden. Het gebruik van een gloeidraad is niet mogelijk.
Punt-worst-methode:
De lijm langs de randen van de isolatieplaat aanbrengen en dotten in het midden.
– lijmcontact met de ondergrond ≥ 40 %.
Lijm over het totale oppervlak:
De lijmlaag op de isolatieplaat aanbrengen en deze over het gehele plaatoppervlak met
een vertande spaan doorkammen.
Wordt de lijm op de ondergrond aangebracht dan deze over het gehele oppervlak
aanbrengen, doorkammen met een vertande spaan en direct daarna (binnen max. 10 minuten) de isolatieplaat aanbrengen.
De isolatieplaat met de behandelde kant in de nog natte lijm schuivend aanbrengen en
voorzichtig aandrukken.
Machinaal verlijmen (deelvlakmethode):
Spuit de lijm (Capatect CS-Klebe- und Armierungsmörtel 850) machinaal op de ondergrond in de vorm van verticale rillen. De lijmrillen moeten ongeveer 5 cm breed en in het midden van de ril minstens 10 mm dik zijn. De hartafstand mag niet meer dan 10 cm bedragen. De isolatieplaten moeten direct na het aanbrengen van de lijm op de ondergrond worden aangebracht en deze goed aandrukken. Om huidvorming van de lijm te voorkomen mag slechts zoveel lijm worden aangebracht als direct met isolatieplaten kan worden bedekt.
– lijmcontact met de ondergrond ≥ 60 %.
Verpluggen
Pluggen:
De isolatieplaten altijd op de ondergrond aanbrengen door middel van verlijming en pluggen. Het aantal pluggen is afhankelijk van de plaatselijke omstandigheden. Vraag advies bij DAW Nederland.
Het pluggen pas uitvoeren na voldoende drogen van de lijmlaag.
Pluggen gelijk aan het oppervlak:
De isolatieplaten met een Capatect schotelplug (doorsnede schotel 60 mm) mechanisch verankeren.
– plaats van de plug: in het plaatoppervlak of in het plaatoppervlak en plaatvoeg
Verzonken pluggen:
Bij een isolatiedikte is het aanbrengen van de plug Capatect Universaldübel 053 in combinatie met de Capatect Thermozylinder 154 (doorsnede schotel 112 mm) mogelijk. De plug wordt afgedekt met de Capatect Rondelle.
– plaats van de plug: in het plaatoppervlak of in het plaatoppervlak en plaatvoeg
– dikte isolatieplaat: vanaf 80 mm
– maak gebruik van het vereiste gereedschap
Pluggen door het wapeningsweefsel:
De isolatieplaat met een geschikte schotelplug (doorsnede schotel 60 mm) door de
wapeningspleister met wapeningsweefsel verankeren. Direct daarna (nat-in-nat) de
schotelplug overpleisteren met de wapeningspleister of een tweede wapeningslaag aanbrengen.
– plaats van de plug: volgens DIN 55699 uitvoeren.
Coating
Wapeningslaag:
De isolatieplaten niet langer dan 7 dagen onbehandeld laten. De wapeningsmortel Capatect CS-Klebe- und Armierungsmörtel 850 in 5 tot 7 mm laagdikte op de isolatieplaat aanbrengen en in de nog natte het Capatect Gewebe 650 10 cm overlappend inbedden.
Sierpleister:
Op de wapeningslaag een bij het systeem behorende sierpleister aanbrengen volgens voorschrift. Bij moeilijk brandbare isolatiesystemen moet een totale laagdikte van 7 mm worden aangehouden.
Opmerkingen
Verwijderen verpakking:
Verwijder de verpakking van de isolatieplaten minstens 10 minuten voor de montage. De isolatieplaten moeten uitrekken voor de montage.
Onbehandelde isolatieplaten:
Bescherm niet-afgewerkte isolatieplaten aan de gevel tegen vocht en behandel ze zo snel mogelijk met een wapeningslaag.
De vlieslaag mag niet beschadigd worden:
De vlieslaag op de pleisterkant van de isolatieplaat mag niet beschadigd worden door eventueel aanwezige oneffenheden weg te schuren.
Lijmkant:
De zijde van de isolatieplaat die bedrukt is met “muurkant” is de lijmkant.
Niet geschikt:
Isolatieplaten van fenolharshars NIET toepassen op basements.
De isolatieplaten zijn niet geschikt voor het gebruik van spiraalpluggen en montage-elementen zoals DoRondo-PE Montagerondelle en ZyRillo Montagezylinder. Het bevestigingen van lampen etc. moet direct op de vaste ondergrond worden uitgevoerd of met geschikte montageelementen.
Aromatische oplosmiddelen:
De isolatieplaten niet in aanraking van aromatische oplosmiddelen laten komen.
Gebruik van systeemcomponenten:
Systeemcomponenten zoals plint- en hoeklijsten etc. mogen niet in direct met de fenolhars-isoaltieplaat komen. Maak gebruik van kunststof-, edelstaal of aluminium elementen of zorg voor een goede roestwering. Direct contact met onbehandeld metaal geeft roestvorming.
Stootvoegen isolatieplaten:
Stootvoegen van isolatieplaten mogen niet over de voegen van onderliggende bouwdelen liggen
(bijv. ringbalken, rolluikkasten etc.). De isolatieplaten moeten minstens 10 cm overlappend
worden aangebracht met voldoende lijm.
Bouwdilataties:
Bouwdilataties moeten in het isolatiesysteem worden overgenomen.
Let op:
De specificaties van de bouwvoorschriften / algemene goedkeuring bouwtype van ETICS moeten
in acht worden genomen. Raadpleeg ook de betreffende technische informatiebladen van genoemde producten.