• (+31) 544 - 234070
  • Koningslinde 1, Lichtenvoorde
  • info@gevelcoating.nl

Capatec Perimeter isolatieplaat

Capatec Perimeter isolatieplaat

4,7040,75

Artikelnummer: N/B Categorie:

De Capatect Sockel- und Perimeterdämmplatte 115 is een hoogwaardige isolatieplaat voor sokkel- en perimeterisolatie, speciaal ontwikkeld voor toepassingen boven en onder het maaiveld. Deze isolatieplaat is bestand tegen grondvocht, spatwater en lichte waterbelasting en voldoet aan de eisen van DIN 18533-1.

Dankzij de hoge drukvastheid en waterdichte eigenschappen is deze plaat ideaal voor basements, funderingen en sokkels in zowel nieuwbouw- als renovatieprojecten.

 

 Toepassing

  • Isolatie van basements en sokkels boven en onder het maaiveld
  • Geschikt voor waterbelasting W1.1-E en W1.2-E (waterindringing)
  • Bestand tegen spatwater (W4-E) volgens DIN 18533-1
  • Toe te passen als perimeterisolatie tot 3 meter onder maaiveld
  • Aan te brengen tot boven het maaiveld, waarna het Capatect gevelisolatiesysteem wordt voortgezet

Niet geschikt voor toepassing:

  • In de capillaire zone van het grondwater
  • Bij drukkend water

Bij afwijkende situaties wordt geadviseerd contact op te nemen met DAW Nederland.

 

 Belangrijkste voordelen

  • Waterdicht en vochtbestendig
  • Hoge drukvastheid (≥ 150 kPa)
  • Vormvast en krimpvrij
  • Uitstekende hechting van pleisterlagen door gestructureerd oppervlak
  • Vrij van FCKW, HFCKW, HFKW en HBCD
  • Geschikt voor langdurige toepassing in grondcontact

 

 Materiaal & uitvoering

  • Type: Perimeter / WAS
  • Dikte: 20 – 300 mm
  • Classificatie:
    • Perimeter 60 – 300 mm
    • WAS 60 – 300 mm conform DIN 4108-10
    • WAS 20 – 50 mm conform DIN 4108-10
  • Kleur: Wit of roze
  • Oppervlak: Gestructureerd
  • Afmeting plaat: 1.000 × 500 mm
  • Zijkanten:
    • 20 – 200 mm: stomp
    • 200 mm: sponning

 

Thermische prestaties

  • Warmtegeleiding boven maaiveld (sokkel)
    λB = 0,035 W/m·K (DIN 4108-4)
  • Warmtegeleiding onder maaiveld (perimeter)
    λB = 0,039 W/m·K (DIN 4108-4)

Voor de rekenwaarde wordt de nominale dikte verminderd met 5 mm.

 

Technische specificaties

  • Diffusieweerstand (µ)
    40 / 100 (DIN EN 12086)
  • Drukspanning bij 10% vervorming
    ≥ 150 kPa (EN 826)
  • Stortgewicht
    ρ ≤ 30 kg/m³ (DIN EN 1602)
  • Capillaire wateropname
    ≤ 3 vol.% (DIN EN 12087, langdurige onderdompeling)

Brandveiligheid

  • Brandreactie: Klasse E (DIN EN 13501-1)
  • Bouwstoffenklasse: B1 (DIN 4102-1)

Additional information

Maat

20 mm, 30 mm, 40 mm, 50 mm, 60 mm, 70 mm, 80 mm, 90 mm, 100 mm, 110 mm, 120 mm, 130 mm, 140 mm, 150 mm, 160 mm, 170 mm, 180 mm, 200 mm

Verwerking

Voorbereiding van de ondergrond

De ondergrond moet draagkrachtig, schoon, droog en egaal zijn en voldoen aan DIN 18202 en DIN 18203. Daarnaast moet de ondergrond vrij zijn van stoffen die de hechting kunnen verminderen.

Voordat met de isolatiewerkzaamheden wordt gestart, moeten voldoende beschermende maatregelen worden getroffen tegen weersinvloeden. De verwerkingsvoorschriften van de toe te passen lijm dienen altijd strikt te worden nageleefd.

Verbruik

  • Ca. 1,0 m² per m²

Aanbrengen van de isolatieplaten

Verlijming

De wijze van verlijmen is afhankelijk van de plaatselijke omstandigheden, de ondergrond en het type lijm dat wordt toegepast.

Aanbrengen op het basement

Het aanbrengen van isolatieplaten op een gepleisterd basement (ca. 30 cm boven tot ca. 20 cm onder het maaiveld) komt grotendeels overeen met de verwerking van gevelisolatiesystemen.
De lijm (geen bitumenlijm) wordt aangebracht volgens de punt-/worstmethode met minimaal 40% lijmcontact, of volledig verlijmd met een vertande spaan.

Deze methode is ook toepasbaar in zones die in contact staan met de grond tot circa 20 cm onder het maaiveld, mits de isolatieplaten onderdeel zijn van een gepleisterd sokkelisolatiesysteem.

Verwerkingsrichtlijnen

  • Stoot- en lintvoegen vrijhouden van lijm

  • Voegen tussen isolatieplaten niet afdichten met lijm

  • Voegen ≤ 5 mm afdichten met speciaal, moeilijk brandbaar voegenschuim

  • Voegen > 5 mm afdichten met gelijkwaardig isolatiemateriaal

  • Isolatieplaten in verband (min. 10 cm) en strak aansluitend aanbrengen

  • Niveauverschillen tussen platen voorkomen

  • Oneffenheden gladschuren en schuurstof verwijderen

  • Platen uitgelijnd en loodrecht aanbrengen

  • Hoeken van gebouwen vertand uitvoeren

  • Beschadigde isolatieplaten niet toepassen

Punt-/worstmethode

De lijm wordt aangebracht langs de randen van de isolatieplaat en in dotten in het midden.

  • Minimaal lijmcontact met de ondergrond: 40%

Verlijmen over het volledige oppervlak

Bij een ongelijkmatige ondergrond kan de lijm met een vertande spaan over het gehele plaatoppervlak worden aangebracht. De isolatieplaat direct daarna schuivend op de ondergrond plaatsen en goed aandrukken.

Onderste aansluiting

Wanneer de sokkel- of perimeterisolatieplaten niet stomp kunnen aansluiten op een bouwdeel, moet de onderzijde van de plaat onder een hoek van 45° worden afgesneden.

Vochtafdichting en vochtbescherming

Aansluitingen onder het maaiveld

Isolatieplaten onder het maaiveld moeten ter plaatse van aansluitingen op de gebouwafdichting of bestaande perimeterisolatie worden voorzien van extra vochtbescherming.

Pleisterwerk onder het maaiveld

Sierpleister of pleisterlagen onder het maaiveld moeten tot minimaal 5 cm boven maaiveld waterdicht worden afgewerkt.

Verlijmen dieper dan 20 cm onder maaiveld

Wanneer perimeterisolatieplaten dieper dan 20 cm onder het maaiveld worden aangebracht:

  • Toepassen van de puntmethode (minimaal 6 dotten per plaat)

  • De isolatieplaat mag na plaatsing niet meer verschuiven

  • Bij bitumineuze ondergronden: Capatect Klebe- und Dichtungsmasse 114 toepassen volgens voorschrift

  • Bitumenlijm voldoende laten drogen om niveauverschillen te voorkomen

Perimeterisolatie boven XPS-isolatie

Wanneer perimeterisolatieplaten worden aangebracht in de grondcontactzone boven XPS-perimeterisolatie, moet op het bovenste horizontale snijvlak van de XPS-platen een laag Capatect SockelFlex of Capatect SockelFlex Carbon worden aangebracht.

Aanvullend advies

  • Bescherm aangebrachte isolatieplaten tegen direct zonlicht

  • Niet afgewerkte isolatieplaten beschermen tegen vocht en zo snel mogelijk voorzien van een wapeningslaag

  • Beschadiging van aangebrachte perimeterisolatie voorkomen

  • Maatregelen treffen tegen waterbelasting (regenwater vanaf gevel of maaiveld)

  • Zorg voor voldoende drainage volgens DIN 4095

Toepassing van het isolatiesysteem in de capillaire zone van het grondwater (meestal tot ca. 30 cm boven het grondwaterpeil) en in zones met drukkend water is niet toegestaan.

Voor een correcte scheiding tussen plint- en gevelisolatie moet altijd een plintuitsparing worden aangebracht.

Advies nodig?

Voor isolatie onder het maaiveld adviseren wij altijd vooraf contact op te nemen met DAW Nederland te Nijkerk voor projectgericht advies.