• (+31) 544 - 234070
  • Koningslinde 1, Lichtenvoorde
  • info@gevelcoating.nl

Gevelisolatie Capatect PF isolatieplaat 122

Gevelisolatie Capatect PF isolatieplaat 122

25,70255,00

✔️ Isolatieplaat voor gevelisolatie (ETICS)
✔️ Type: PF isolatieplaat
✔️ Toepassing: buitenspouw- en buitengevelisolatie
✔️ Hoog isolerend vermogen
✔️ Voor professioneel gebruik

SKU: N/A Category:

Capatect PF isolatieplaat 122 is een isolatieplaat voor toepassing in gevelisolatiesystemen (ETICS). De plaat is bedoeld voor buitentoepassingen waarbij een hoge isolatiewaarde gewenst is en vormt samen met lijm, pluggen, wapening en afwerking een complete systeemopbouw. Kies de juiste dikte en verwerkingsmethode op basis van project, ondergrond en systeemrichtlijnen.

Toepassingen

  • Gevelisolatie bij renovatie en nieuwbouw
  • Toepassing binnen ETICS/gevelisolatiesystemen
  • Isoleren van buitengevels met systeemopbouw

Voordelen

  • Hoge isolerende werking
  • Geschikt voor professionele systeemopbouw
  • Combineerbaar met bijbehorende systeemcomponenten

Gebruik
Ondergrond voorbereiden en vlak maken. Plaat verlijmen met geschikte lijm/mortel en indien nodig mechanisch bevestigen met isolatiepluggen. Werk af met wapeningslaag en eindafwerking volgens systeemopbouw.

Additional information

Maat

20 mm, 30 mm, 40 mm, 50 mm, 60 mm, 70 mm, 80 mm, 90 mm, 100 mm, 120 mm, 140 mm, 160 mm, 180 mm, 200 mm

Verwerking

Ondergrond

Minerale ondergronden (als nieuw), vast oud pleisterwerk, goed hechtende oude verflagen en andere draagkrachtige, egale ondergronden conform de voorschriften voor het aanbrengen van gevelisolatiesystemen.

Voorbereiding van de ondergrond

De ondergrond moet draagkrachtig, schoon, droog en vrij van stoffen die de hechting kunnen verminderen. Verontreinigingen (bijv. ontkistingsolie), mortelresten, slecht hechtende en bladderende verflagen en sierpleisters verwijderen. Losse delen verwijderen en holtes openhakken en repareren. Sterk zuigende en zandende ondergronden tot op de vaste ondergrond verwijderen en voorstrijken. De verdraagzaamheid van bestaande verflaag met de lijmmortel zorgvuldig controleren.

Verbruik

1,0 m2/m2

Verwerkingsomstandigheden

Tijdens verwerken en drogen mag de temperatuur niet lager zijn dan 5 °C en niet hoger dan 30 °C.
Bij ongunstige weersomstandigheden de nodige beschermende maatregelen treffen tijdens de
verwerking. De isolatieplaten tegen direct zonlicht beschermen.

Verwerking

– isolatieplaten verspringend (min. 10 cm) en goed aangesloten aanbrengen
– stoot- en lintvoegen moeten vrij blijven van lijm
– voegen ≤ 5 mm opvullen met geschikt brandvertragend voegschuim
– voegen en holtes > 5 mm afdichten met een gelijkwaardige isolatiemateriaal
– niveauverschillen tussen de platen onderling mogen niet voorkomen
– isolatieplaten verspringend op de hoeken van gebouwen aanbrengen
– zorg ervoor dat de isolatieplaten uitgelijnd en loodrecht worden aangebracht
– beschadigde isolatieplaten mogen niet verwerkt worden

Op maat maken van de isolatieplaat:
De isolatieplaat kan uitsluitend met een zaag of mes op maat gemaakt worden. Het gebruik van een gloeidraad is niet mogelijk.

Punt-worst-methode:
De lijm langs de randen van de isolatieplaat aanbrengen en dotten in het midden.
– lijmcontact met de ondergrond ≥ 40 %.

Lijm over het totale oppervlak:
De lijmlaag op de isolatieplaat aanbrengen en deze over het gehele plaatoppervlak met
een vertande spaan doorkammen.
Wordt de lijm op de ondergrond aangebracht dan deze over het gehele oppervlak
aanbrengen, doorkammen met een vertande spaan en direct daarna (binnen max. 10 minuten) de isolatieplaat aanbrengen.
De isolatieplaat met de behandelde kant in de nog natte lijm schuivend aanbrengen en
voorzichtig aandrukken.

Machinaal verlijmen (deelvlakmethode):
Spuit de lijm (Capatect CS-Klebe- und Armierungsmörtel 850) machinaal op de ondergrond in de vorm van verticale rillen. De lijmrillen moeten ongeveer 5 cm breed en in het midden van de ril minstens 10 mm dik zijn. De hartafstand mag niet meer dan 10 cm bedragen. De isolatieplaten moeten direct na het aanbrengen van de lijm op de ondergrond worden aangebracht en deze goed aandrukken. Om huidvorming van de lijm te voorkomen mag slechts zoveel lijm worden aangebracht als direct met isolatieplaten kan worden bedekt.
– lijmcontact met de ondergrond ≥ 60 %.

Verpluggen

Pluggen:
De isolatieplaten altijd op de ondergrond aanbrengen door middel van verlijming en pluggen. Het aantal pluggen is afhankelijk van de plaatselijke omstandigheden. Vraag advies bij DAW Nederland.
Het pluggen pas uitvoeren na voldoende drogen van de lijmlaag.

Pluggen gelijk aan het oppervlak:
De isolatieplaten met een Capatect schotelplug (doorsnede schotel 60 mm) mechanisch verankeren.
– plaats van de plug: in het plaatoppervlak of in het plaatoppervlak en plaatvoeg

Verzonken pluggen:
Bij een isolatiedikte is het aanbrengen van de plug Capatect Universaldübel 053 in combinatie met de Capatect Thermozylinder 154 (doorsnede schotel 112 mm) mogelijk. De plug wordt afgedekt met de Capatect Rondelle.
– plaats van de plug: in het plaatoppervlak of in het plaatoppervlak en plaatvoeg
– dikte isolatieplaat: vanaf 80 mm
– maak gebruik van het vereiste gereedschap

Pluggen door het wapeningsweefsel:

De isolatieplaat met een geschikte schotelplug (doorsnede schotel 60 mm) door de
wapeningspleister met wapeningsweefsel verankeren. Direct daarna (nat-in-nat) de
schotelplug overpleisteren met de wapeningspleister of een tweede wapeningslaag aanbrengen.
– plaats van de plug: volgens DIN 55699 uitvoeren.

Coating

Wapeningslaag:
De isolatieplaten niet langer dan 7 dagen onbehandeld laten. De wapeningsmortel Capatect CS-Klebe- und Armierungsmörtel 850 in 5 tot 7 mm laagdikte op de isolatieplaat aanbrengen en in de nog natte het Capatect Gewebe 650 10 cm overlappend inbedden.

Sierpleister:
Op de wapeningslaag een bij het systeem behorende sierpleister aanbrengen volgens voorschrift. Bij moeilijk brandbare isolatiesystemen moet een totale laagdikte van 7 mm worden aangehouden.

Opmerkingen

Verwijderen verpakking:
Verwijder de verpakking van de isolatieplaten minstens 10 minuten voor de montage. De isolatieplaten moeten uitrekken voor de montage.

Onbehandelde isolatieplaten:
Bescherm niet-afgewerkte isolatieplaten aan de gevel tegen vocht en behandel ze zo snel mogelijk met een wapeningslaag.

De vlieslaag mag niet beschadigd worden:
De vlieslaag op de pleisterkant van de isolatieplaat mag niet beschadigd worden door eventueel aanwezige oneffenheden weg te schuren.

Lijmkant:

De zijde van de isolatieplaat die bedrukt is met “muurkant” is de lijmkant.

Niet geschikt:
Isolatieplaten van fenolharshars NIET toepassen op basements.

De isolatieplaten zijn niet geschikt voor het gebruik van spiraalpluggen en montage-elementen zoals DoRondo-PE Montagerondelle en ZyRillo Montagezylinder. Het bevestigingen van lampen etc. moet direct op de vaste ondergrond worden uitgevoerd of met geschikte montageelementen.

Aromatische oplosmiddelen:

De isolatieplaten niet in aanraking van aromatische oplosmiddelen laten komen.

Gebruik van systeemcomponenten:

Systeemcomponenten zoals plint- en hoeklijsten etc. mogen niet in direct met de fenolhars-isoaltieplaat komen. Maak gebruik van kunststof-, edelstaal of aluminium elementen of zorg voor een goede roestwering. Direct contact met onbehandeld metaal geeft roestvorming.

Stootvoegen isolatieplaten:

Stootvoegen van isolatieplaten mogen niet over de voegen van onderliggende bouwdelen liggen
(bijv. ringbalken, rolluikkasten etc.). De isolatieplaten moeten minstens 10 cm overlappend
worden aangebracht met voldoende lijm.

Bouwdilataties:
Bouwdilataties moeten in het isolatiesysteem worden overgenomen.

Let op:
De specificaties van de bouwvoorschriften / algemene goedkeuring bouwtype van ETICS moeten
in acht worden genomen. Raadpleeg ook de betreffende technische informatiebladen van genoemde producten.